Iedereen start in het eerste leerjaar van de lagere graad. Voor volwassenen bestaat deze graad uit 3 leerjaren. Vanaf het eerste jaar krijg je, naast de lessen algemene muzikale vorming en samenzang, ook al lessen instrument. Je kan kiezen uit piano, orgel, beiaard, accordeon, viool, altviool, cello, contrabas, blokfluit, dwarsfluit, hobo, klarinet, saxofoon, trompet, cornet, bugel, hoorn, eufonium, trombone, tuba, slagwerk, gitaar, zang.

Sommige instrumenten kan je in de academie huren. Meer informatie over de modaliteiten vindt u onder reglementen.

Wanneer je de lagere graad met succes beëindigd hebt, kan je vanaf de middelbare graad starten in de klassieke of pop/jazz afdeling om je kennis nog verder uit te breiden. Gedurende 3 jaar krijg je les in muziekcultuur, je instrument, en leer je musiceren in groep, samenspel, ensemble, koor. Als vervolmaking kan je daarna nog 3 jaar les volgen en je eindattest hogere graad behalen.